Waarom de pen?

Waardoor krijgt een simpele ziel de impuls om te gaan schrijven?
Die vraag is zeker niet nieuw en eigenlijk ook niet in algemene zin te beantwoorden.
Iedere schrijver heeft zijn specifieke beweegredenen om dat te doen.
Sommigen weten al heel jong dat ‘letteren lezen en schrijven’ hun leven zal beheersen, dat ze bij de top willen horen en niet zullen rusten tot zij de status van ‘literator’ hebben bereikt, wat dat verder ook praktisch mag inhouden, behalve dat zij de wens koesteren van hun schrijverij te kunnen eten.

Dat beeld heb ik nooit gehad en zal ik ook niet licht krijgen. Ik ben van zeer eenvoudige komaf en alle grondige inspanningen van mijn onvergetelijke juf Mieke in de eerste klas, hebben mij niet tot een boekenwurm gemaakt. Dat lag zeker niet aan haar. Niet dat ik een hekel had aan lezen maar er waren altijd zoveel andere dingen te doen die voorrang vroegen en kregen, vooral als het met techniek te maken had. Mijn leven stond en staat in het teken van ‘doen’ en vooral creëren.
Als techneut lees ik overwegend vakliteratuur en als ik al in de positie kwam om iets anders te lezen was dat meestal omdat ik op dat moment echt, echt niks anders kòn doen.
Werken van ‘grote schrijvers’ waren doorgaans niet aan mij besteed. Soms las ik een paar flarden van zo’n boek om vervolgens tot de slotsom te komen dat er niet door te komen was. Boek dicht. Kreeg ik een boek in handen dat pakkend geschreven was dan las ik het zo mogelijk in één ruk uit. Gelegenheidslezer maar geen fervent boekenwurm.

Het leven moest geleefd worden en dan kwamen er wel eens dingen op mijn pad waar ik niet om vroeg maar waar ik wel wat mee moest doen. Regelmatig met een heftigheid waar ik niet op berekend was. Ik heb pieken en dalen gekend die ik niemand toewens. Als geen ander weet ik wat voor gevolgen dat heeft gehad voor mijn welbevinden. Nee, ik wilde nooit een slachtoffer zijn maar was het nu en dan wel. Met een ferme schop onder mijn kont van mensen die mij eerlijk de spiegel voor hielden kreeg ik tenminste een unieke gelegenheid aan mezelf sleutelen. Daar ben ik ze nog altijd dankbaar voor.

Toen kwam er een bijna griezelig moment, ik was begin dertig, waarop mijn bovenkamer op barsten stond. Ja, er was heel veel in beweging en al die zaken rolden over en door elkaar heen. Op mijn werk was mijn opperste concentratie vereist en thuis vroeg het gezin mijn volledige aandacht.
Op een avond, het gezin was al in diepe rust, pakte ik mijn pen en begon te schrijven. Voorwaar, een historisch moment! Ik schreef en bleef schrijven tot ik leeg was. De haan kwam al bijna van de stok toen ik erop ging maar wat voelde ik me weldadig opgelucht!
Therapeutische legnood, zo kan ik me het beste uitdrukken. Zo werkt het tot op deze dag. Ik voel een ei rijpen, het moment nadert dat het eruit moet, ik wordt onrustig en ga heen en weer lopen drentelen. Thuis of op kantoor zoek ik de stilte, leg mijn ei en opgewonden kakel ik daarna tegen mijn vrouw wat voor ei ik gelegd heb. Soms kijkt ze me alleen maar aan met die blauwe stuiters……..

De rode draad in mijn leven was en is; Alle negatief ervaren dingen omkeren in positieve gedachten en daden. Nooit blijvend in de slachtofferrol laten manoeuvreren. Dat heeft mij gemaakt tot wie ik nu ben. Daar voel ik me goed bij. En soms meen ik vertrouwd te raken met een gegrond vermoeden dat ik nog heel wat eieren te leggen heb 🙂 

Dirk