Schudden

Ze zijn er erg druk mee. De hokken worden op tijd schoon gemaakt, de dieren worden dagelijks gevoerd en opgepoetst want binnenkort is er weer de jaarlijkse kleindierenshow. Vorig jaar vielen ze in de prijzen met een Blauwe van Beveren voedster die bijna kampioen werd.
Dit jaar zullen ze weer een poging wagen met een paar konijnen in topconditie. De mannen zijn op zaterdag bar in weer met hun veestapel. Twee witkoppen van tien jaar in hun gebruikelijke blauwe overalls en klompen aan, zijn bijna niet weg te denken bij het grote luxe zesdelige konijnen-appartement dat ze met vader samen hebben gebouwd. De hokken van twee hoog en drie breed staan buiten onder een daarvoor gebouwd afdak met oudhollandse pannen alsof het geheel er al honderd jaar staat. De tweeling is aan het werk, geholpen door Loebas de grote zwarte bouvier die er voor zorgt dat de onderste konijnen niet uit hun openstaande hokken komen zonder ze ook maar iets aan te doen. De jongere zusjes, met vlechtjes en een strik in hun haren in hun door moeder gemaakte jurkjes en op klompjes, spelen in de tuin en komen ogenblikkelijk naar de hokken toe als de grote broers daar werkzaamheden gaan uitvoeren want soms mogen ze een jong konijntje vasthouden op schoot.
Een Ot en Sien schouwspel waar wij nooit genoeg van krijgen.

Het is voorjaar. Eén van de voedsters is ‘rammelig’ en zal bij de ram gezet moeten worden om weer een nest mooie ras-konijnen te kunnen fokken. De tweeling heeft dit fenomeen al veel vaker gezien maar hun belangstelling lijkt wat nadrukkelijker te worden naarmate ze groter worden. Hoewel wij de kinderen al lang tijdens een van de vele rondetafelgesprekken van de ‘bloemetjes en de bijtjes’ verteld hebben lijkt het of ze toch nog geen link leggen naar dit illustratieve gebeuren in het hok van de ram.
Heel is leuk om te zien wat er niet ‘blijft hangen’ als ze kennelijk nog niet toe zijn aan de besproken materie want opnieuw komt de vraag waarom die ram nou zo te keer gaat op die voedster. Konden de zusjes nog vol ontzag constateren dat de ram aan het vechten was, dan namen de mannen daar geen genoegen meer mee. Er moest meer aan de hand zijn. Ik vertel ze opnieuw van ‘de eitjes en de zaadjes’ en natuurlijk begrepen ze dat allang, wat dacht ik eigenlijk wel!
Gebiologeerd zitten ze gehurkt bij het hok van de ram op onderste verdieping. Ik zet de voedster bij de ram in het hok en die hoef ik niks uit te leggen. Als hij een paar seconden later achterover van de voedster af rolt concludeert één van mannen; “Zo da’s ook weer geregeld”.
“Nog niet hoor”, zeg ik; “hij moet drie keer rammelen”.
“Drie keer?”, hoor ik in stereo. “Waarom?”
“Dat doen konijnen in de natuur ook minimaal zo vaak”, zeg ik. “De meeste konijnenfokkers laten de ram drie keer rammelen, dan weet je zeker dat de voedster goed gedekt is en dan krijg je zeker een mooi nest jonkies.”
“O, ja,” hoor ik weer in stereo maar daarna blijft het verdacht stil.
Terwijl ik na de derde keer ‘rammelen’ de voedster weer terug zet in het hok boven de ram valt het kwartje bij de oudste van de twee. Hij schiet overeind, geeft een ruk aan m’n stofjas en roept opgewonden; “Hé vader, dan moet je mamma ook drie keer schudden, dan krijgen wij ook weer een baby!”