Ontmoeting in de heg

In het voorjaar heeft een lijsterechtpaar een nest gebouwd in de conifeer voor ons slaapkamerraam. Op een meter afstand hoorden wij het getutter van die beesten.
’s Morgens heel vroeg als het nog maar net licht begon te worden waren ze al in de weer.
Zat de één op de nok bij de buren te zingen dat het een lust was dan was de ander al pieren aan het vangen op het gras.
Er kwamen eieren en na verloop van een paar weken ook jonkies. Toen ze wat groter werden en wat meer geluid gingen produceren ging het fout, zoals bijna elk jaar.
Een kat klauwt het nest ondersteboven en haalt alles weg.
Ik ben kwaad en in staat die rotkat z’n nek om te draaien als ik ‘m in m’n poten krijg.
Maar de natuur laat zich niet meteen kisten.
Het is inmiddels al juni. Het tweede broed dient zich aan, in de zelfde boom, in een nieuw nest op dezelfde plek.
Weer horen we na een poosje vogelstemmetjes als wij ’s morgens vroeg liggen te ontdooien.
Tegelijk ben ik onbewust alert op elk vreemd geluid wat niet in de boom hoort.
Een aantal keren jaag ik een loerend kattenmonster onder de boom weg want ik hoop te voorkomen dat het noodlot opnieuw toeslaat.
Nog een paar dagen hooguit en ze kunnen vliegen…….
Weer mis.
Ook ditmaal hangt het nest op z’n kant in de boom en de veertjes er onder voorspellen niet veel goeds.
Van de vier pullen zijn er twee versmiegeld……….
Kl…*…*.sch.**…grr.!.snotfr.!”” *..#..rotb..ksla’m verrot, helpt allemaal niet meer.
Wanneer komt dat klerebeest die andere twee halen?
De zon begint op te komen.
Op zolder heb ik nog een duivenhok, ooit ’s gemaakt voor een paar diamantduifjes.
Ik boor een bout in de gevel onder ons slaapkamerraam en hang het hok daar op. Een blok hout met een paar coniferentakjes stofferen het interieur.
Na een list kan ik de argeloze twee pullen pakken en stop ze achter de dunne houten tralies. Ik bedenk dat ze er misschien wel doorheen kunnen als ze dat uitvinden maar voorlopig zitten ze veilig voor die veelvraten.
Na wat heen en weer geroep tussen jonkies en ouders worden ze al vlot na hun opsluiting keurig door pa en moe door de tralies heen gevoerd. Onze zoon kan het niet laten zelf een paar pieren te vangen en ze aan de wijd geopende bekjes toe te vertrouwen terwijl de ouders op een meter afstand met een volle bek de concurrentie gadeslaan.
Het begint te schemeren. Een beetje ongerust loop ik nog een keer langs de kooi om te kijken of alles naar wens gaat. Ik mis een pul……. Geen sporen van geweld of iets wat op onrechtmatigheid lijkt.
Dan moet ‘ie er tussendoor geglipt zijn, kan haast niet anders. Dat geeft in elk geval een indicatie over z’n pullenpower. Niet ongunstig lijkt me.
De volgende ochtend vroeg hoor ik activiteiten in de tuin die duiden op voer aanslepen.
Snel schiet ik mijn ochtendjas aan en loop gewapend met m’n digitaaltje voorzichtig de vroege ochtendzon in. Bij de kooi moet ik constateren dat pulletje twee het logement ook lang genoeg gezien had. Een tijd lang sta ik stil te luisteren of ik ergens tekenen van leven bespeur.
Niets.
Helemaal niets.
Onrust komt weer op.
Zouden ze dan toch kattensnack geworden zijn?
Vroeg in de avond loop ik nog een keer de tuin in. Ik weet zeker dat ik het hoorde……. Hij kan niet ver weg zijn. Weer hoor ik de typische korte sis-piep van het pulletje om z’n ouders aan te geven waar hij zit. Telkens als ik het hoor stel ik mijn zoekrichting bij en loop een paar passen dichter naar het geluid. Achter de coniferenheg, bij de garage moet hij ergens zitten. Bij het boetje in de dennen misschien? Voorzichtig loop ik langs de heg richting het boetje. Ik sta een paar minuten lang, bijna met m’n rug tegen de heg, naar de vermoedelijke schuilplaats van het pulletje te staren.Dsc01112 Weer wat dichter bij het geluid dat ik zo graag wil horen. Snap er geen moer meer van. Weet toch zeker dat ‘ie ergens achter die heg……… Plotseling klinkt er op 30cm achter mijn hoofd een bijna lachende sis-piep. Heel behoedzaam draai ik mij om en kijk recht in de twinkelogen van mijn gevederd zorgenkind. Sprakeloos ben ik.
Nu sta ik voor een dilemma. Dit beeld intens tot me laten doordringen, het indrinken, om het nooit, nooit meer te vergeten of heel voorzichtig m’n digitaaltje pakken en gokken dat hij wenst te blijven zitten om zich door mij te laten vereeuwigen.
Ik realiseer me dat dit beeld toch al voor eeuwig op mijn netvlies staat en vraag evengoed vriendelijk, bijna vlijend of hij nog effe ……. dan kan ik ………
Hij begreep het.
Mijn dagen, konden voorlopig niet meer stuk. Z’n broertje of zusje zal hopelijk ook handig genoeg geweest zijn om zich veilig te stellen.
De hele zomer heeft de mooiste van de serie A4-foto’s in de kamer gestaan en nog steeds als ik hem zie krijg ik kippenvel van die ontroerende ontmoeting in de heg.