Bijzondere vrouw

Als ze me aankijkt ben ik nergens meer. Ze is eigenlijk de enige die dat voor elkaar krijgt bij mij. Een tikkeltje nonchalant loopt ze langs me heen. Dat luchtje!
Ik doe net of het mij koud laat. Er lopen tenslotte zoveel vrouwen rond die wel eens naar een man kijken.
Maar zij kijkt wel heel speciaal. Of verbeeld ik het me maar. Ik maak mezelf wijs dat ze niks bijzonders voor me voelt.
Maar toch……

Als ik haar buiten weer bijna tegen het lijf loop, raak ik aardig van mijn stuk. Ze lacht naar me op een manier die ik niet kan misverstaan. Ik probeer mijn verlegenheid te verbergen en lach zo vriendelijk mogelijk terug. Die ogen van haar, zo ontzagwekkend mooi blauw. Een helderheid, een intelligentie straalt ze uit.
Ik kan het niet laten mij om te draaien en haar na te staren terwijl ze verder loopt. Wat een figuurtje. Ongelofelijk mooi is ze.
De hardheid van een lantaarnpaal dwingt me weer voor me te kijken. In een soort droom loop ik verder. Ik kan haar eigenlijk niet meer van m’n netvlies krijgen.
En waarom zou ik ook ? Er zijn zat herinneringen die minder genoeglijk zijn.

Dit gebeurt me nu bijna dagelijks. Ik kan haast niet anders meer dan ruimte geven aan een verlangen dat al sinds tijden voor haar in mij leeft. Maar hoe pak ik dat aan. Zo charmant als zij is, zal ik waarschijnlijk nooit kunnen worden. Hoe dan ook, ik besluit haar bij de eerst volgende gelegenheid aan te spreken. En als dat gewoontegetrouw verloopt, is dat vanmiddag waarschijnlijk al, als ik uit mijn werk kom. Mijn hart maakt een sprong bij die gedachte.
De lucht betrekt een beetje na een prachtige zonnige dag.

Ik zie haar al op afstand. Ik ken haar uit duizenden.
Mijn hart gaat sneller kloppen.
“Bedenk maar iets om haar aan te spreken”, zeg ik tegen mezelf. Bij haar aanblik raak ik dusdanig in de war dat ze dat volgens mij al lang in de gaten heeft.

Ze moet van mijn leeftijd zijn, achterin de dertig. En zo mooi! Een volwassen vrouw tot in detail perfect geschapen. Ik zou nooit een bouwwerk kunnen ontwerpen waaruit zo’n harmonie straalt als uit deze hemelse schepping. Zoals ze loopt, om kippenvel van te krijgen! Ik moet oppassen dat mijn mond niet openvalt terwijl ik haar zo aanstaar. Ze lijkt regelrecht naar me toe te lopen.

Ik sta hopeloos stuntelend te brallen tegen haar. Nog even en ze loopt weg, denk ik. Wat een blubberfiguur sla ik, terwijl ze mij heel verwachtingsvol aanlacht.
Als ik haar gezicht goed zie krijg ik het nog benauwder. Ik snak naar goede woorden. Dit is niet zomaar een knappe vrouw. Intelligentie, warme tederheid, volmaakt evenwicht.

Ik zie haar donkerblond krullend haar in bedwang gehouden door een haarband, haar licht gebruinde voorhoofd, diepblauwe ogen die mij ietwat ondeugend aankijken, een geraffineerd tikkeltje make-up. Lichte blosjes op haar wangen. Schitterende kaaklijn die je alleen bij topmodellen ziet. Heerlijk rode lippen in volmaakte harmonie met een rij prachtige tanden. Haar sierlijke hals met een heel eenvoudig kettinkje dat over haar sleutelbenen valt. Een hangertje dat net schuil gaat achter haar kleding. Echt vrouwelijke schouders die in een zomers bloesje verdwijnen. En wat daar dan nog ………. Ik krijg het er warm van.

En ik sta nog steeds te stuntelen over het mooie weer van vandaag terwijl de eerste ragfijne regen op haar prachtige voorhoofd nevelt.
Ze moet volledig door me heen gekeken hebben, want plotseling schiet ze in de lach en vraagt ze of ik er wat op tegen heb om mee te gaan naar haar huis. Dadelijk komt er een echte bui regen. Ik heb waarschijnlijk heel verdwaasd, onnozel gekeken want ze herhaalt haar vraag. “Ga je met me mee naar huis?”

Het liefst zou ik keihard geschreeuwd hebben dat ik daar al jaren van droom. Ze geeft me een arm en we lopen naar haar huis.
Ik weet inmiddels maar al te goed waar ze woont. Mijn hart bonst in m’n keel van opwinding.
Zou ze me werkelijk wel mogen ?

Als we later op de avond aan een wijntje zitten bij een romantisch kaarslicht en Verdi op de achtergrond, kan ik met moeite onder woorden brengen dat ik smoorverliefd ben, al jaaaaaren.
De maan schijnt helder naar binnen. We zitten dicht tegen elkaar aan. Ik zie haar olijke ogen die me nooit eerder zo aankeken. Het kan aan mij liggen maar ze is nog veel mooier dan bij daglicht. Ik voel haar handen, ruik haar huid, en fluister mijn woorden zacht in haar oor. We blijven altijd bij elkaar. Ik hoor haar hart kloppen……….
We voelen ons zo intens gelukkig.
We lachen, omdat we na achttien jaar huwelijk dit spel nog steeds, in één of andere variant, vol overgave, kunnen spelen. Als onze kinderen ons tenminste niet komen storen …….!